Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
de apotheek is gesloten, sorry voor het ongemak!
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 12,80 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 8,50 (6% inclusief btw)
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Nucala bevat de werkzame stof mepolizumab, een monoklonaal antilichaam. Dit is een soort eiwit dat is ontwikkeld om gericht een specifieke stof in het lichaam te herkennen. Nucala wordt gebruikt voor de behandeling van ernstig astma bij volwassenen, jongeren en kinderen vanaf 6 jaar. Sommige mensen met ernstig astma hebben te veel eosinofielen (een soort witte bloedcel) in hun bloed en longen. Deze aandoening wordt eosinofiel astma genoemd; het type astma dat met Nucala behandeld kan worden. Indien u of uw kind reeds geneesmiddelen gebruikt zoals inhalatoren met hoge doses, maar u met deze geneesmiddelen uw astma niet goed onder controle krijgt, kan Nucala het aantal astma-aanvallen (exacerbaties) doen afnemen. Als u geneesmiddelen gebruikt die orale corticosteroïden worden genoemd, kan Nucala ook helpen bij het verlagen van de dagelijkse dosis orale corticosteroïden die u nodig heeft voor het onder controle brengen van uw astma. Mepolizumab, de werkzame stof in Nucala, blokkeert een eiwit dat interleukine-5 wordt genoemd. Door het blokkeren van de werking van dit eiwit, beperkt het middel de aanmaak van meer eosinofielen in het beenmerg en verlaagt het de hoeveelheid eosinofielen in de bloedbaan en de longen.
4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Terugvinden herkomst Om het terugvinden van de herkomst van biologicals te verbeteren moeten de naam en het batchnummer van het toegediende product goed geregistreerd worden. Astma- of COPD-exacerbaties Mepolizumab mag niet worden gebruikt voor de behandeling van acute astma- of COPD-exacerbaties. Aan astma of aan COPD gerelateerde symptomen of exacerbaties kunnen tijdens de behandeling optreden. Patiënten moeten geïnstrueerd worden om medisch advies in te winnen als hun astma of COPD ongecontroleerd blijft of erger wordt na de start van de behandeling. Corticosteroïden Abrupte beëindiging van corticosteroïden na de start van de mepolizumab-behandeling wordt niet aanbevolen. Indien nodig moet een verlaging van de corticosteroïddosering geleidelijk en onder het toezicht van een arts uitgevoerd worden. Overgevoeligheid en toedieningsgerelateerde reacties Acute en vertraagde systemische reacties, waaronder overgevoeligheidsreacties (bijvoorbeeld anafylaxie, urticaria, angio-oedeem, uitslag, bronchospasme, hypotensie), zijn opgetreden na toediening van mepolizumab. Deze reacties treden meestal op in de uren volgend op de toediening, maar in een aantal gevallen treden ze op met een vertraging (d.w.z. meestal binnen enkele dagen). Deze reacties kunnen voor de eerste keer optreden na een langdurige behandeling (zie rubriek 4.8). In het geval van een overgevoeligheidsreactie moet op basis van de klinische indicatie een passende behandeling worden gestart. Parasitaire infecties Het is mogelijk dat eosinofielen betrokken zijn bij de immunologische respons op sommige worminfecties. Patiënten met reeds aanwezige worminfecties moeten worden behandeld voordat met de therapie gestart wordt. Als patiënten geïnfecteerd raken tijdens de behandeling met mepolizumab en niet reageren op een behandeling tegen wormen, dient het tijdelijk stopzetten van de therapie overwogen te worden. COPD-patiënten met een lage eosinofielentelling in het bloed Gegevens bieden geen ondersteuning voor het gebruik van Nucala bij patiënten met COPD met een eosinofielentelling in het bloed van < 150 cellen/µl en geen bewijs van een eosinofielentelling in het bloed van ≥ 300 cellen/µl in de voorgaande 12 maanden. Orgaanbedreigende of levensbedreigende EGPA Nucala is niet onderzocht bij patiënten met orgaanbedreigende of levensbedreigende vormen van EGPA (zie rubriek 4.2). Levensbedreigend HES Nucala is niet onderzocht bij patiënten met levensbedreigende vormen van HES (zie rubriek 4.2). Hulpstoffen Dit middel bevat polysorbaat 80 (zie rubriek 2), dat allergische reacties kan veroorzaken. Dit middel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per dosis van 100 mg, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.
4.1 Therapeutische indicaties Ernstig eosinofiel astma Nucala is geïndiceerd als aanvullende behandeling voor ernstig refractair eosinofiel astma bij volwassenen, adolescenten en kinderen vanaf 6 jaar (zie rubriek 5.1). Chronische rinosinusitis met neuspoliepen (CRSwNP) Nucala is geïndiceerd als aanvullende behandeling bij intranasale corticosteroïden voor de behandeling van volwassen patiënten met ernstige CRSwNP voor wie een behandeling met systemische corticosteroïden en/of chirurgie geen adequate ziektecontrole biedt. Chronische obstructieve longziekte (COPD) Nucala is geïndiceerd bij volwassenen als aanvullende onderhoudsbehandeling voor ongecontroleerde chronische obstructieve longziekte (COPD) gekenmerkt door verhoogde bloedeosinofielen op een combinatie van een inhalatiecorticosteroïd (ICS), een langwerkende bèta2-agonist (LABA) en een langwerkende muscarine-antagonist (LAMA) (zie rubriek 5.1). Eosinofiele granulomatose met polyangiitis (EGPA) Nucala is geïndiceerd als aanvullende behandeling voor patiënten van 6 jaar en ouder met recidiverende of refractaire eosinofiele granulomatose met polyangiitis (EGPA). Hypereosinofiel syndroom (HES) Nucala is geïndiceerd als aanvullende behandeling voor volwassen patiënten met inadequaat gecontroleerd hypereosinofiel syndroom zonder een identificeerbare niet-hematologische secundaire oorzaak (zie rubriek 5.1).
Welke stoffen zitten er in dit middel?
De werkzame stof in dit middel is mepolizumab.
Elke voorgevulde pen van 1 ml bevat 100 mg mepolizumab.
De andere stoffen in dit middel zijn sucrose, dinatriumwaterstoffosfaat-heptahydraat,
citroenzuurmonohydraat, polysorbaat 80, EDTA-dinatriumdihydraat, water voor injecties.
4.5 Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
Er is geen onderzoek naar interacties uitgevoerd.
Cytochroom-P450-enzymen, effluxpompen en eiwitbindingsmechanismen zijn niet betrokken bij de klaring van mepolizumab. Er is aangetoond dat verhoogde spiegels pro-inflammatoire cytokinen (bijv. IL-6), via interactie met hun bijbehorende receptoren op hepatocyten, de vorming van CYP450-enzymen en geneesmiddeltransporteiwitten onderdrukken. De verhoging van systemische pro-inflammatoire markers bij ernstig refractair eosinofiel astma is echter minimaal en er is geen bewijs van expressie van IL-5-receptor-alfa op hepatocyten. Daarom wordt verondersteld dat de kans op interacties met mepolizumab gering is.
De frequentie van bijwerkingen wordt gedefinieerd volgens de volgende conventie: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms (≥ 1/1.000, < 1/100), zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000), zeer zelden (< 1/10.000) en niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Binnen iedere frequentiegroep worden bijwerkingen gerangschikt naar afnemende ernst.
Systeem/orgaanklasse Bijwerkingen Frequentie Infecties en parasitaire aandoeningen Onderste luchtweginfectie Urineweginfectie Faryngitis Herpes zoster** Vaak Immuunsysteemaandoeningen Overgevoeligheidsreacties (systemisch allergisch)* Anafylaxie** Vaak Zelden Zenuwstelselaandoeningen Hoofdpijn Zeer vaak Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen Neusverstopping Vaak Maagdarmstelselaandoeningen Pijn in bovenbuik Vaak Huid- en onderhuidaandoeningen Eczeem Vaak Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen Rugpijn Artralgie** Vaak Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Reacties in verband met de toediening (systemisch niet-allergisch)*** Lokale reacties op de injectieplaats Pyrexie Vaak
Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen
Systemische reacties, waaronder overgevoeligheidsreacties, bij CRSwNP In het placebogecontroleerde onderzoek van 52 weken werden systemische allergische reacties (overgevoeligheidsreacties van type I) gemeld bij 2 patiënten (< 1%) in de groep die 100 mg mepolizumab kreeg en bij geen van de patiënten in de placebogroep. Andere systemische reacties werden gemeld door geen van de patiënten die mepolizumab 100 mg kregen en door 1 patiënt (< 1%) in de placebogroep.
Systemische reacties, waaronder overgevoeligheidsreacties, bij COPD In het placebogecontroleerde onderzoek van 52 tot 104 weken werden systemische allergische reacties (overgevoeligheidsreacties van type I) gemeld bij 1 patiënt (< 1%) in de groep die 100 mg mepolizumab kreeg en bij geen van de patiënten in de placebogroep. Andere systemische reacties werden gemeld door 4 patiënten (< 1%) in de groep die 100 mg mepolizumab kreeg en door 4 patiënten (< 1%) in de placebogroep. In de twee placebogecontroleerde onderzoeken van 52 weken werden systemische allergische/overgevoeligheidsreacties gemeld bij 4 patiënten (< 1%) in de groepen die 100 mg mepolizumab kregen en bij 3 patiënten (< 1%) in de placebogroepen. Systemische niet-allergische reacties werden gemeld door 7 patiënten (1%) in de groepen die 100 mg mepolizumab kregen en door 10 patiënten (2%) in de placebogroepen.
Systemische reacties, waaronder overgevoeligheidsreacties, bij EGPA In het placebogecontroleerde onderzoek van 52 weken was het percentage patiënten dat last kreeg van systemische (allergische en niet-allergische) reacties 6% in de groep die 300 mg mepolizumab kreeg en 1% in de placebogroep. Systemische allergische/overgevoeligheidsreacties werden gemeld door 4% van de patiënten in de groep die 300 mg mepolizumab kreeg en 1% van de patiënten in de placebogroep. Systemische niet-allergische reacties (angio-oedeem) werden gemeld door 1 patiënt (1%) in de groep die 300 mg mepolizumab kreeg en door geen van de patiënten in de placebogroep.
Systemische reacties, waaronder overgevoeligheidsreacties, bij HES In het placebogecontroleerde onderzoek van 32 weken meldde 1 patiënt (2%) een systemische (andere) reactie in de groep die 300 mg mepolizumab kreeg (multifocale huidreactie) en geen van de patiënten in de placebogroep.
Lokale reacties op de injectieplaats
Ernstig eosinofiel astma In placebogecontroleerde onderzoeken was de incidentie van lokale reacties op de injectieplaats met mepolizumab 100 mg subcutaan en placebo respectievelijk 8% en 3%. Deze bijwerkingen waren allemaal niet ernstig, licht tot matig in intensiteit en het merendeel verdween binnen een paar dagen. Lokale reacties op de injectieplaats traden vooral op aan het begin van de behandeling en bij de eerste 3 injecties en er waren minder meldingen bij daaropvolgende injecties. De meest frequent gemelde symptomen waren onder andere pijn, erytheem, zwelling, jeuk en een branderig gevoel.
CRSwNP In het placebogecontroleerde onderzoek traden lokale reacties op de injectieplaats (bijv. erytheem, pruritus) op bij 2% van de patiënten die mepolizumab 100 mg kregen vergeleken met < 1% van de patiënten die placebo kregen.
COPD In de placebogecontroleerde onderzoeken traden lokale reacties op de injectieplaats op bij 2% van de patiënten die mepolizumab 100 mg kregen vergeleken met 2% van de patiënten die placebo kregen. De meest frequent gemelde symptomen waren pijn, zwelling, jeuk en erytheem.
EGPA In het placebogecontroleerd onderzoek traden lokale reacties op de injectieplaats (bijv. pijn, erytheem, zwelling) op bij 15% van de patiënten die mepolizumab 300 mg kregen vergeleken met 13% van de patiënten die placebo kregen.
HES In het placebogecontroleerde onderzoek traden lokale reacties op de injectieplaats (bijv. branderig gevoel, jeuk) op bij 7% van de patiënten die mepolizumab 300 mg kregen in vergelijking met 4% van de patiënten die placebo kregen.
Pediatrische patiënten
Ernstig eosinofiel astma Zevenendertig adolescenten (leeftijd van 12-17 jaar oud) namen deel aan vier placebogecontroleerde onderzoeken (25 met mepolizumab intraveneus of subcutaan toegediend) met een duur van 24 tot 52 weken. Zesendertig pediatrische patiënten (leeftijd van 6-11 jaar oud) kregen subcutaan mepolizumab gedurende 12 weken in een 'open label'-onderzoek. Na een onderbreking van de behandeling van 8 weken, kregen 30 van deze patiënten mepolizumab gedurende nogmaals 52 weken. Het veiligheidsprofiel was vergelijkbaar met dat bij volwassenen. Er zijn geen additionele bijwerkingen geïdentificeerd. Daarnaast werd de veiligheid van mepolizumab op lange termijn beoordeeld bij 9 adolescente patiënten (leeftijd van 12-17 jaar oud) en 15 pediatrische patiënten (leeftijd van 6-11 jaar oud) die deelnamen aan een 'open label'-extensieonderzoek (201956). In dit onderzoek kregen de patiënten subcutaan mepolizumab gedurende gemiddeld 21,5 maanden. Er werden geen additionele bijwerkingen geïdentificeerd.
HES Vier adolescenten van 12 tot en met 17 jaar deden mee aan het placebogecontroleerde onderzoek 200622, één adolescent kreeg 300 mg mepolizumab en 3 adolescenten kregen placebo gedurende 32 weken. Alle 4 adolescenten gingen verder met het 20 weken 'open label'-extensieonderzoek 205203 (zie rubriek 5.1).
Melding van vermoedelijke bijwerkingen Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico's van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in
rubriek inhoud van de verpakking en overige informatie
Neem contact op met uw arts als u denkt dat dit voor u geldt.
4.6 Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Er is een beperkte hoeveelheid gegevens (minder dan 300 zwangerschapsuitkomsten) over het gebruik van mepolizumab bij zwangere vrouwen. Mepolizumab passeert de placentabarrière bij apen. De resultaten van dieronderzoek duiden niet op reproductietoxiciteit (zie rubriek 5.3). De kans op schade voor een menselijke foetus is niet bekend. Uit voorzorg heeft het de voorkeur om het gebruik van Nucala te vermijden tijdens de zwangerschap. Toediening van Nucala aan zwangere vrouwen dient alleen overwogen te worden als het verwachte voordeel voor de moeder groter is dan elk mogelijk risico voor de foetus. Borstvoeding Het is niet bekend of mepolizumab in de moedermelk wordt uitgescheiden. Mepolizumab werd echter uitgescheiden in de melk van cynomolgusapen in concentraties van minder dan 0,5% van de concentraties die in plasma zijn waargenomen. Er moet worden besloten of borstvoeding moet worden gestaakt of dat behandeling met Nucala moet worden gestaakt, waarbij het voordeel van borstvoeding voor het kind en het voordeel van behandeling voor de vrouw in overweging moeten worden genomen. Vruchtbaarheid Er zijn geen gegevens over vruchtbaarheid bij de mens. In dieronderzoek is geen nadelige invloed van de anti-IL5-behandeling op de vruchtbaarheid aangetoond (zie rubriek 5.3).
Nucala wordt toegediend door een injectie direct onder de huid (subcutane injectie).Uw arts of verpleegkundige zal besluiten of u of uw mantelzorger Nucala kan injecteren. Als dit het geval is,dan zullen zij training geven om u of uw mantelzorger te laten zien wat de juiste manier is om Nucala tegebruiken.De aanbevolen dosering voor volwassenen en jongeren van 12 jaar en ouder is 100 mg. U krijgt iedere 4weken 1 injectie.Instructies voor het gebruik van de voorgevulde pen staan vermeld op de andere kant van deze bijsluiter.Heeft u te veel van dit middel gebruikt?Neem contact op met uw arts voor advies als u denkt dat u te veel Nucala hebt geïnjecteerd.Wanneer toediening van een dosis Nucala wordt gemistU of uw mantelzorger moet de volgende dosis Nucala injecteren zodra u eraan denkt. Als u pas merkt dat ueen dosis gemist heeft wanneer het al tijd is voor uw volgende dosis, sla de gemiste dosis dan over eninjecteer de volgende dosis zoals gepland. Vraag het uw arts, apotheker of verpleegkundige als u niet zekerweet wat u moet doen.Stoppen van de behandeling met NucalaU mag de injecties van Nucala niet stoppen, behalve als uw arts u dit adviseert. Door het onderbreken ofbeëindigen van de behandeling met Nucala kunnen uw astmasymptomen en astma-aanvallen (exacerbaties)terugkomen.Als uw astmasymptomen erger worden wanneer u injecties met Nucala krijgt, bel uw arts.Heeft u nog andere vragen over het gebruik van dit geneesmiddel? Neem dan contact op met uw arts,apotheker of verpleegkundige.
| CNK | 3919271 |
|---|---|
| Organisaties | Abacus Medicine |
| Merken | Gsk |
| Breedte | 71 mm |
| Lengte | 90 mm |
| Diepte | 58 mm |
| Actieve ingrediënten | mepolizumab |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |